Gemene Wegen

Deze editie van het festival, gecureerd door Danielle Van Zuijlen, Bart Lodewijks en Michaël Vandebril, gaat samen met een groot aantal collectieven, kunstenaars en dichters onder de noemer ‘Gemene Wegen’ op zoek naar wat we delen en onder welke voorwaarden dat kan werken.

Curatoren Danielle Van Zuijlen en Bart Lodewijks, curatoren beeldende kunst,
aan het woord:

Deze editie vertrekt vanuit zeven collectieven die via een open call werden
geselecteerd door een brede jury. Van daaruit hebben wij een concept ontwikkeld
dat de idee van collectiviteit zelf bevraagt.
In die zoektocht stuitten we op een passage in Dit was Watou, Gwy Mandelincks
terugblik op drie decennia Kunstenfestival, waarin hij schrijft: “Ik loop over
‘gemene wegen’ die voor de ene helft België en voor de andere helft Frankrijk
toebehoren.” Pas later ontdekten we dat de weg werkelijk de Gemenestraat heet,
en dat er in het dorp een prachtige fysieke metafoor aanwezig is. De titel voor
2026 had zich aangediend.
Gemene Wegen vertrekt van een bestaande weg in Watou: de Gemenestraat, of
Chemin Mitoyen, een kilometerslange weg in Watou die de grens met Frans
Vlaanderen vormt. Een weg die niet van één partij is, maar gedeeld wordt tussen
twee landen, twee gemeenschappen. Hier begint Watou, schreven we. Deze metafoor
werd voor ons een werkprincipe voor het hele festival.
De oorspronkelijke 7 collectieven brachten we in dialoog met een bijkomende
selectie van nog eens 20 bijdragen van kunstenaars en collectieven. Daaromheen
groeit tijdens het festival een derde laag met bijdragen van lokale
makers, met wie we in dialoog gaan tijdens de wekelijkse Gemene Raad. Het Pirate
Pavilion van Nico Dockx wordt mogelijk gemaakt door coproducties van Kunsthal
Gent en Be-Part en we betrokken verschillende Vlaamse partners om er activiteiten
te organiseren.
We hebben de vraag op scherp gezet: wat gebeurt er wanneer je een festival niet
alleen organiseert rond wat er getoond wordt, maar ook rond de voorwaarden
waaronder iets gedeeld kan worden? Wie ontvangt? Wie gebruikt? Wie beslist mee?
En wat blijft er achter wanneer het festival vertrekt?
In De Lovie keren we daarom de vertrouwde verhouding om. De bezoeker komt niet
zomaar kunst kijken in een kasteel, maar wordt eerst ontvangen door de plek zelf:
een zorggemeenschap waar ruim achthonderd mensen wonen en werken. Studio
Artîlerie (de artistieke werking van De Lovie) krijgt een plaats in het kasteel, en
019 bouwt in het park een monumentale helling die één gezamenlijk toegankelijke
route naar het kasteel vormt.
Ook in het dorp wordt die rolomkering concreet. Met Collectief Watou, het Pirate
Pavilion (Nico Dockx) en de Gemene Raad ontstaat een werking waarin bewoners,
lokale initiatiefnemers en kunstenaars samen activiteiten kunnen voorstellen,
bespreken en realiseren. Dat is geen randprogramma, maar een essentieel onderdeel
van Gemene Wegen: in het festival wordt niet alleen gepresenteerd, maar
kunstwerken als het Pirate Pavilion en The Blue Guys/Cinema Watou worden ook
lokaal gebruikt en mee vormgegeven.
Verschillende kunstwerken maken die inzet zichtbaar. Bij Motus Mori doneer je een
beweging en ontvang je er een terug. The Blue Guys – Cinema Watou opent een
prikkelarme filmruimte die je de vrijheid geeft op je eigen manier aanwezig te zijn.
Johan Grimonprez verbindt het middeleeuwse gemeenschapsrecht met hedendaagse
commons-bewegingen. Bart Lodewijks tekent met krijt op gevels en muurtjes in de
omgeving van de Gemenestraat: elke lijn begint met toestemming, gesprek en
tijdelijk gebruik.
Een gemene weg is dus geen idyllisch beeld van samenhorigheid. Het is een gedeelde
ruimte waarin samenwerking, frictie, toegang en verantwoordelijkheid telkens
opnieuw georganiseerd moeten worden. Precies daar situeert zich voor ons de
artistieke inzet van Watou 2026.

Curator Michaël Vandebril aan het woord:

Ook dit jaar staat Watou garant als een plek waar beeldende kunst en poëzie
samenkomen en in dialoog treden. Ik blijf aan boord als curator poëzie, het wordt
mijn vierde en laatste editie, daarna wordt de fakkel doorgegeven aan een nieuwe
curator poëzie. Ik heb een hechte band met Watou, als medeoprichter van het Huis
van de Dichter in Watou, het voormalige woonhuis van Gwy Mandelinck dat een
uitgelezen residentieplek is voor dichters.
De premisse om met collectieven te werken was een artistieke keuze van Koen
Vanmechelen als inspirator van de laatste drie edities van het kunstenfestival. Ik
versterk die keuze door aan de collectieven een dichter toe te voegen. Dit
resulteert in een kunstwerken en gedichten die in dialoog gaan met elkaar. Op
die manier wordt de verwevenheid tussen kunst, poëzie en Watou maximaal
zichtbaar, wat de grote troef van de vorige edities bleek. Ik zoek naar mogelijke
interferenties bij de kunstenaars en dichters aan de hand van hun thema’s,
methodieken, poetica en identiteitsbeleving om de matching te doen. De dichters
maken net als de collectieven nieuw werk dat de verbinding aangaat met de
omgeving. Ik kijk erg uit naar de resultaten die de bezoeker aan het denken zullen
zetten, inspireren of soms weerstand zullen opwekken, dat mag zeker ook. Het
‘gemeen’ staat vandaag flink onder druk, hoewel het meer dan ooit belangrijk is in
het besef dat we deel uitmaken van een gemeenschap en ook gemeenschappelijke
belangen hebben.”
Vanuit mijn jarenlange ervaring inzake integratie van poëzie in de publieke ruimte
ga ik in gesprek met de kunstenaars en dichters en bevraag hen hoe zij de dialoog
willen veruiterlijken tussen het kunstwerk en het gedicht. Sommige collectieven
kiezen ervoor om de kunst en poëzie tot één installatie te verwerken; anderen
willen liever dat poëzie en kunst ruimtelijk van elkaar worden gescheiden en zo met
elkaar in gesprek gaan. Ik werk voor de eerste keer samen met collectief 019 uit
Gent voor de integratie van de poëzie (voorheen was dat Jelle Jespers – die nu
zelf aan een van de deelnemende collectieven als kunstenaar/ontwerper is
verbonden). 019 zal de gedichten visualiseren met een lettertekenset dat speciaal
werd ontworpen voor het festival op basis van geschreven letters van bewoners,
kunstenaars en dichters. Enkele gedichten krijgen ook een presentatie in audio of
projectie.

Nieuwe poëzie van:
– Ai Ai Poëzie: Jelle Jespers, Christophe Scholliers & Maud
Vanhauwaert (BE)
– ANT Collective (Karla Paredes, Fedrik Vaessen, Noa Zuidervaart) & Vincent
Van Meenen (BE)
– Blobotone (Frouke Wiarda, Judith van der Elst en Guy van Belle) & Rozalie
Hirs (NL)
– Cesar Janssens, Griet Dobbels & Lotte Dodion (BE)
– Nina Glockner, Ian Paul de Ruiter, Sachi Miyachi & Bernke Klein
Zandvoort (NL)
– Motus Mori (Katja Heitmann, Sander van der Schaaf en dansers & Carmien
Michels (BE)
– Natural Experiences INC. (Bram Verbeek, Brenda El Rayes, Alies Torfs,
Kristoffer Kronander) & Arno Van Vlierberghe (BE)
– Volksdansen* (Nixie Van Laere, Maïthé Truyens De Wilde, Elena
Vloeberghen) & Frederik Lucien De Laere (BE)
– 019 & Ruth Lasters (BE)
– Bart Lodewijks & Paul Demets (BE)

Bestaande gedichten die met de kunst in dialoog gaan:
– Seasonal Neighbours & ‘Bilaterale akkoorden’ van Myriem El Kaddouri (BE), uit: Hier ligt de waarheid in overdaad, Pelckmans, 2024.
– De Ambulanten & ‘Fluisteringen’ van Sylvie Marie (BE), ongepubliceerd.
– Suzanne Treister & ‘TaroTrip’ van David Giannoni (BE) – vert. Jan H. Mysjkin, ongepubliceerd.
– Nico Dockx & ‘Welkom in graasland’ van Kurt De Boodt (BE), uit: Mal dood lam, Wereldbibliotheek, 2024.
– Diane Scherer & ‘Aardverschuivingen’ van Pim Cornelussen (NL), uit: Tot de zon zwelt, Pelckmans, 2026.
– Wim Cuyvers & ‘Geen/niets ‘van Benzokarim (NL), uit: El Ghorba, 2023.
– Marjolijn Dijkman & ‘Daarom’ van Charles Ducal (BE), uit: Tijd voor vrede, Atlas Contact, 2025.
– Johan Grimonprez & ‘Al die vertakkingen’ van Partij voor de Poëzie (BE).

Deze website maakt gebruik van cookies. Door op ‘accepteren’ te klikken, ga je akkoord met ons privacybeleid.